ImageVerifierCode 换一换
格式:PDF , 页数:52 ,大小:291.87KB ,
资源ID:6119009      下载积分:10 金币
快捷注册下载
登录下载
邮箱/手机:
温馨提示:
快捷下载时,用户名和密码都是您填写的邮箱或者手机号,方便查询和重复下载(系统自动生成)。 如填写123,账号就是123,密码也是123。
特别说明:
请自助下载,系统不会自动发送文件的哦; 如果您已付费,想二次下载,请登录后访问:我的下载记录
支付方式: 支付宝    微信支付   
验证码:   换一换

开通VIP
 

温馨提示:由于个人手机设置不同,如果发现不能下载,请复制以下地址【https://www.zixin.com.cn/docdown/6119009.html】到电脑端继续下载(重复下载【60天内】不扣币)。

已注册用户请登录:
账号:
密码:
验证码:   换一换
  忘记密码?
三方登录: 微信登录   QQ登录  

开通VIP折扣优惠下载文档

            查看会员权益                  [ 下载后找不到文档?]

填表反馈(24小时):  下载求助     关注领币    退款申请

开具发票请登录PC端进行申请

   平台协调中心        【在线客服】        免费申请共赢上传

权利声明

1、咨信平台为文档C2C交易模式,即用户上传的文档直接被用户下载,收益归上传人(含作者)所有;本站仅是提供信息存储空间和展示预览,仅对用户上传内容的表现方式做保护处理,对上载内容不做任何修改或编辑。所展示的作品文档包括内容和图片全部来源于网络用户和作者上传投稿,我们不确定上传用户享有完全著作权,根据《信息网络传播权保护条例》,如果侵犯了您的版权、权益或隐私,请联系我们,核实后会尽快下架及时删除,并可随时和客服了解处理情况,尊重保护知识产权我们共同努力。
2、文档的总页数、文档格式和文档大小以系统显示为准(内容中显示的页数不一定正确),网站客服只以系统显示的页数、文件格式、文档大小作为仲裁依据,个别因单元格分列造成显示页码不一将协商解决,平台无法对文档的真实性、完整性、权威性、准确性、专业性及其观点立场做任何保证或承诺,下载前须认真查看,确认无误后再购买,务必慎重购买;若有违法违纪将进行移交司法处理,若涉侵权平台将进行基本处罚并下架。
3、本站所有内容均由用户上传,付费前请自行鉴别,如您付费,意味着您已接受本站规则且自行承担风险,本站不进行额外附加服务,虚拟产品一经售出概不退款(未进行购买下载可退充值款),文档一经付费(服务费)、不意味着购买了该文档的版权,仅供个人/单位学习、研究之用,不得用于商业用途,未经授权,严禁复制、发行、汇编、翻译或者网络传播等,侵权必究。
4、如你看到网页展示的文档有www.zixin.com.cn水印,是因预览和防盗链等技术需要对页面进行转换压缩成图而已,我们并不对上传的文档进行任何编辑或修改,文档下载后都不会有水印标识(原文档上传前个别存留的除外),下载后原文更清晰;试题试卷类文档,如果标题没有明确说明有答案则都视为没有答案,请知晓;PPT和DOC文档可被视为“模板”,允许上传人保留章节、目录结构的情况下删减部份的内容;PDF文档不管是原文档转换或图片扫描而得,本站不作要求视为允许,下载前可先查看【教您几个在下载文档中可以更好的避免被坑】。
5、本文档所展示的图片、画像、字体、音乐的版权可能需版权方额外授权,请谨慎使用;网站提供的党政主题相关内容(国旗、国徽、党徽--等)目的在于配合国家政策宣传,仅限个人学习分享使用,禁止用于任何广告和商用目的。
6、文档遇到问题,请及时联系平台进行协调解决,联系【微信客服】、【QQ客服】,若有其他问题请点击或扫码反馈【服务填表】;文档侵犯商业秘密、侵犯著作权、侵犯人身权等,请点击“【版权申诉】”,意见反馈和侵权处理邮箱:1219186828@qq.com;也可以拔打客服电话:0574-28810668;投诉电话:18658249818。

注意事项

本文(荷兰土壤与地下水环境质量标准bijlagecirculairestreefwaarden_bodem.pdf)为本站上传会员【xrp****65】主动上传,咨信网仅是提供信息存储空间和展示预览,仅对用户上传内容的表现方式做保护处理,对上载内容不做任何修改或编辑。 若此文所含内容侵犯了您的版权或隐私,请立即通知咨信网(发送邮件至1219186828@qq.com、拔打电话4009-655-100或【 微信客服】、【 QQ客服】),核实后会尽快下架及时删除,并可随时和客服了解处理情况,尊重保护知识产权我们共同努力。
温馨提示:如果因为网速或其他原因下载失败请重新下载,重复下载【60天内】不扣币。 服务填表

荷兰土壤与地下水环境质量标准bijlagecirculairestreefwaarden_bodem.pdf

1、Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsaneringbladzijde 1 van 52BIJLAGEN Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsaneringBij deze circulaire horen vier bijlagen:in bijlage A worden de streefwaarden,de interventiewaarden bodemsanering en deindicatieve niveaus voor ernstige v

2、erontreiniging behandeld;in bijlage B zijn de meet-en analysevoorschriften voor bodem/sediment en grondwatervoor de stoffen uit bijlage A opgenomen;in bijlage C zijn de gegevens vermeld die nodig zijn om voor de stoffen uit deel A desaneringsurgentie en het saneringstijdstip te bepalen;in bijlage D

3、wordt een richtlijn gegeven voor het omgaan met niet-genormeerde stoffen.Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsaneringbladzijde 2 van 52BIJLAGE A:STREEFWAARDEN,INTERVENTIEWAARDEN BODEMSANERING ENINDICATIEVE NIVEAUS VOOR ERNSTIGE VERONTREINIGINGInleidingBinnen het bodemsaneringsbeleid

4、wordt gewerkt met interventiewaarden bodemsanering,indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging en streefwaarden.Hieronder wordtingegaan op deze drie typen normen.Als uitgangspunt voor het stellen van normen in hetgehele milieubeleid,geldt dat een risicobenadering wordt toegepast.Dit is vastgel

5、egd inOmgaan met risicos.De risicobenadering in het milieubeleid(Ministerie van VROM,Tweede Kamer,vergaderjaar 1988-1989,21 137,nummer 5).De interventiewaarden en bijbehorende streefwaarden bodem/sediment en grondwater zijnopgenomen in tabel 1.De indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreinigin

6、g enbijbehorende streefwaarden bodem/sediment en grondwater zijn opgenomen in tabel 2.Deinterventiewaarden,indicatieve niveaus en streefwaarden voor bodem/sediment voormetalen zijn afhankelijk van het organisch stofgehalte en het lutumgehalte.De waardenvoor organische stoffen zijn afhankelijk van he

7、t organisch stofgehalte.De waardenopgenomen in tabel 1 en 2 zijn gegeven voor een standaardbodem met 10%organischestof en 25%lutum.Bij de aanvullende opmerkingen bij tabel 1 en 2 is beschreven hoe dewaarden kunnen worden omgerekend voor de te beoordelen bodem.Debodemtypecorrectie voor de interventie

8、waarde voor PAK(som 10)voor bodems met eenorganisch stofgehalte tot 10%en voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30%wordt niet toegepast.Interventiewaarden bodemsaneringDe interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappendie de bodem heeft voor mens,dier en pla

9、nt ernstig zijn verminderd of dreigen te wordenverminderd.Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is vaneen geval van ernstige(bodem)verontreiniging.De interventiewaarden bodemsanering zijn gebaseerd op uitgebreide RIVM-studies(rapportnummers 725201001 tot en met 7252

10、01008,rapportnummers 715810004,715810008 tot en met 715810010,rappportnummers 711701003 tot en met 711701005)naar zowel humaan-als ecotoxicologische effecten van bodemverontreinigende stoffen.Humaantoxicologische effecten zijn gekwantificeerd in de vorm van die gehalten in debodem waarbij overschrij

11、ding van het zogenaamde humane Maximaal ToelaatbareRisiconiveau(MTR)kan plaatsvinden.Voor niet-carcinogene stoffen komt dit overeen metde“Tolerable Daily Intake(TDI)”.Voor carcinogene stoffen is dit gebaseerd op een extrakans voor een tumorincidentie van 10-4 bij levenslange blootstelling.Hierbij is

12、 aangenomendat alle blootstellingsroutes operationeel zijn.Ecotoxicologische effecten zijn gekwantificeerd in de vorm van die gehalten in de bodemwaarbij 50%van de(potentieel)aanwezige soorten en processen negatieve effecten kanondervinden.De uiteindelijke interventiewaarden bodem/sediment zijn geba

13、seerd op eenintegratie van de humaan-en ecotoxicologische effecten.Hierbij geven in principe de meestkritische effecten de doorslag.De interventiewaarden voor grondwater zijn niet gebaseerd op een separate risico-evaluatieten aanzien van de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in het grondwater

14、maar zijnafgeleid van de waarden voor bodem/sediment.Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsaneringbladzijde 3 van 52De in deze circulaire vastgestelde interventiewaarden wijken voor sommige stoffen af vande door het RIVM voorgestelde waarden.Hiervoor kunnen meerdere redenen zijn.Het

15、TCBadvies kan geleid hebben tot aanpassing van de RIVM-voorstellen,maar ook kunnentijdens de beleidsmatige discussie nieuwe gegevens beschikbaar gekomen zijn ofaanvullende overwegingen een rol hebben gespeeld.Interventiewaarden zijn gerelateerd aan een ruimtelijke schaal.Om van een overschrijdingvan

16、 de waarden,en dus van een geval van ernstige verontreiniging te spreken,dient voorten minste n stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in hetgeval van grond-of sedimentverontreiniging,of 100 m3 porinverzadigd bodemvolume in hetgeval van een grondwaterverontreiniging hoger te

17、zijn dan de interventiewaarde.In deprotocollen voor het orinterend en nader onderzoek is aangegeven op welke wijze getoetstmoet worden.Indien een van de protocollen afwijkende bemonstering is of wordtuitgevoerd,dient de uitvoerder zelf te bepalen en adequaat te motiveren hoe aan het 25m3of 100 m3 cr

18、iterium is getoetst.Ernstige verontreiniging onder het niveau van de interventiewaardeEr bestaat in specifieke gevallen een kans dat bij gehalten in de bodem onder deinterventiewaarden toch geldt dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voormens,plant of dier ernstig zijn verminderd of dr

19、eigen te worden verminderd en gesprokenmoet worden van een geval van ernstige verontreiniging.Hieronder zijn een paarvoorbeelden gegeven:Indien het bij puntbronnen van verontreiniging(bijvoorbeeld op basis van berekeningen)waarschijnlijk is dat bij het uitblijven van maatregelen op korte termijn(ten

20、 hoogsteenkele maanden)bodemverontreiniging op genoemde schaal kan optreden,is eveneenssprake van ernstige verontreiniging.De mens kan via een groot aantal routes blootgesteld worden aan bodemverontreiniging.Bij de bepaling van de humane blootstelling ten behoeve van de afleiding van deinterventiewa

21、arden is er van uitgegaan dat alle blootstellingsroutes aanwezig zijn.Om deblootstelling te kunnen bepalen is van een soort“standaardgedragspatroon“uitgegaan.De invulling van de meeste factoren heeft een beperkte invloed op de optredendeblootstelling.Van enkele factoren,bodemingestie en de consumpti

22、e van opverontreinigde grond geteelde gewassen,is de invloed echter aanzienlijk.Indien voordeze factoren de standaard overschreden wordt kan dit tot blootstelling boven dehumane MTR leiden,zonder dat de interventiewaarde wordt overschreden.Ook bij inhalatie van vluchtige verbindingen in kruipruimten

23、 en binnenlucht bestaat demogelijkheid dat overschrijding van het humane MTR bij gehalten beneden deinterventiewaarde zich voordoet.Indien het vermoeden bestaat dat van een dergelijke situatie sprake is,is het aan tebevelen aanvullend onderzoek naar de daadwerkelijk optredende blootstelling te doen.

24、Aanvullend onderzoek is noodzakelijk omdat nagegaan moet worden hoe groot de afwijkingten opzichte van de standaardblootstelling is en wat de gevolgen hiervan zijn.Hierbij dientgebruik gemaakt te worden van de ontwikkelde C-SOIL/SEDISOIL/VOLASOIL-modellenwaarin de daadwerkelijk optredende consumptie

25、/inhalatie ingevuld kan worden in plaatsvan de“standaard”.Vervolgens dient de daadwerkelijk optredende blootstelling vergelekente worden met de humane MTR.Bij overschrijding is er sprake van een geval van ernstigebodemverontreiniging.Indicatieve niveaus voor ernstige verontreinigingVoor een aantal s

26、toffen hebben de voorstellen voor interventiewaarden van het RIVM nietgeleid tot vastgestelde interventiewaarden.Voor deze stoffen zijn zogenaamde indicatieveniveaus voor ernstige verontreiniging aangegeven.Indicatieve niveaus zijn vastgesteld voorCirculaire streefwaarden en interventiewaarden bodem

27、saneringbladzijde 4 van 52stoffen van de tweede,derde en vierde tranche van stoffen.Voor de eerste tranche vanstoffen zijn geen indicatieve niveaus vastgesteld.Er zijn twee redenen op basis waarvan besloten is indicatieve niveaus voor de tweede,derde en vierde tranche van stoffen aan te geven in pla

28、ats van interventiewaarden:1.Er zijn geen gestandaardiseerde meet-en analysevoorschriften beschikbaar ofbinnenkort te verwachten.In bijlage B is een overzicht gegeven van de beschikbaremeet-en analysevoorschriften.In principe zijn voor stoffen waarvoor geenmeetvoorschriften voor bodem/sediment en gr

29、ondwater zijn indicatieve niveaus gegeven.2.De ecotoxicologische onderbouwing van de interventiewaarden is niet aanwezig ofminimaal en in dit laatste geval lijkt het erop dat de ecotoxicologische effecten kritischerzijn dan de humaantoxicologische effecten.De TCB heeft in haar advies enkele criteria

30、gegeven die gebruikt kunnen worden om te beoordelen of de ecotoxicologischeonderbouwing voldoende is.Uitgaande van dit TCB advies zijn in deze circulaire devolgende criteria gebruikt om te beoordelen of een interventiewaarde kan wordenvastgesteld:er dienen minimaal 4 toxiciteitsgegevens beschikbaar

31、te zijn voor minimaal tweetaxonomische groepen;voor metalen dienen alle gegevens betrekking te hebben op het compartiment bodem voor organische stoffen mogen maximaal twee gegevens via evenwichtspartitie uitgegevens voor het compartiment water zijn afgeleid;er dienen minimaal twee gegevens voor indi

32、viduele soorten beschikbaar te zijn.Indien aan een of meerdere van deze criteria niet is voldaan en indien ecotoxicologischeeffecten kritischer zijn dan humaantoxicologische effecten,wordt volstaan met hetvaststellen van een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging.Dit is bijvoorbeeld hetgeva

33、l voor zilver en beryllium.De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan deinterventiewaarden.De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de statusvan de interventiewaarden.Over-of onderschrijding van de indicatieve niveaus heeftderhalve niet direct consequent

34、ies voor wat betreft het nemen van een beslissing over deernst van de verontreiniging door het bevoegd gezag.Het bevoegd gezag dient daaromnaast de indicatieve niveaus ook andere overwegingen te betrekken bij de beslissing of ersprake is van ernstige verontreiniging.Hierbij kan gedacht worden aan:1.

35、nagaan of er op basis van andere stoffen sprake is van ernstige verontreiniging ensaneringsurgentie.Op verontreinigde locaties komen vaak meerdere stoffen tegelijkvoor.Indien voor andere stoffen wel interventiewaarden zijn vastgesteld kan op basisvan deze stoffen nagegaan worden of er sprake is van

36、ernstige verontreiniging ensaneringsurgentie.In zon geval is een risicoschatting voor de stoffen waarvoor slechtseen indicatief niveau is aangeven minder relevant.Indien op basis van andere stoffengeen sprake blijkt te zijn van ernstige verontreiniging en saneringsurgentie,is eenrisicoschatting voor

37、 de stoffen waarvoor slechts een indicatief niveau is aangeven welbelangrijk.2.een ad-hoc bepaling van de actuele risicos.Bij de bepaling van actuele risicos tenbehoeve van het vaststellen van de saneringsurgentie spelen naast toxicologischecriteria ook ander locatiegebonden factoren een rol.Het gaa

38、t hierbij bijvoorbeeld om deblootstellingsmogelijkheden,het gebruik van de locatie of de oppervlaktes van deverontreiniging.Dergelijke factoren kunnen vaak goed bepaald worden waardoor hetondanks de onzekerheid met betrekking tot de indicatieve niveaus toch mogelijk is eenredelijke schatting van de

39、actuele risicos uit te voeren.Het verdient aanbeveling hierbijgebruik te maken van bio-assays,omdat hiermee niet alleen de onzekerheden in deCirculaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsaneringbladzijde 5 van 52ecotoxicologische onderbouwing maar ook de onzekerheden ten gevolge van hetontbre

40、ken van gestandaardiseerde meet-en analysevoorschriften ontweken worden.3.aanvullend onderzoek naar de risicos van de stof.Er kunnen aanvullendetoxiciteitsexperimenten uitgevoerd worden om betere schatting van de risicos van destof te kunnen makenProcedure afleiden interventiewaarden en indicatieve

41、niveaus voor ernstigeverontreinigingIn 1994 is een eerste circulaire met interventiewaarden vastgesteld(Circulaireinterventiewaarden bodemsanering;Stcrt.1994,nr.95).De hierin opgenomen stoffenworden aangeduid als de eerste tranche stoffen.Door het Rijksinstituut voorVolksgezondheid en Milieu(RIVM)is

42、 voor de betreffende stoffen een ecotoxicologische eneen humaantoxicologische risico-evaluatie uitgevoerd.Op basis hiervan zijninterventiewaarden voor grond/sediment en voor grondwater per circulaire vastgesteld.Bijde eerste tranche is nog geen onderscheid gemaakt tussen interventiewaarden enindicat

43、ieve niveaus voor ernstige verontreiniging.Sinds 1991 zijn door provincies,gemeenten,milieuinspecties en adviesbureaus stoffenaangemeld,die in de bodem zijn aangetroffen,maar geen onderdeel uitmaken van deinterventiewaardenlijst uit 1994.Voor een aantal van deze stoffen heeft het RIVM pertranche van

44、 stoffen risico-evaluaties uitgevoerd en voorstellen gedaan voorinterventiewaarden.De risico-evaluaties zijn op vergelijkbare wijze uitgevoerd als voor deeerste tranche stoffen uit 1994.De Technische Commissie Bodembescherming(TCB)heeftadvies uitgebracht over de voorstellen van het RIVM.Op basis van

45、 de voorstellen van hetRIVM en het advies hierover van de TCB heeft de werkgroep Urgentie enInterventiewaarden(UI)van de Stuurgroep Bodem(StuBo)een voorstel voorinterventiewaarden en indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging gedaan.Voor detweede en derde tranche stoffen is een circulaire gep

46、ubliceerd in 1997(Stcrt.1997,nr.169).Voor de vierde tranche stoffen zijn de waarden vastgelegd in voorliggende circulaire.In de toekomst zullen nieuwe tranches van stoffen deze procedure doorlopen.In bijlagedeel D wordt nader ingegaan op de keuze van stoffen voor toekomstigeinterventiewaarden.Streef

47、waardenDe streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzamebodemkwaliteit.Vertaald naar het curatieve beleid betekent dit,dat streefwaarden hetniveau aangeven dat bereikt moet worden,om de functionele eigenschappen die de bodemvoor mens,dier of plant heeft,volledig te herstellen.

48、Hiernaast geven de streefwaarden aanwat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn,uitgaande vanVerwaarloosbare Risicos voor het ecosysteem.De streefwaarden zijn afgeleid binnen het project Integrale Normstelling Stoffen(INS)enzijn in december 1997 gepubliceerd(Ministerie van VROM,In

49、tegrale Normstelling Stoffen,Milieukwaliteitsnormen bodem,water,lucht,1997).Met enkele uitzonderingen zijn de INS-streefwaarden in deze circulaire overgenomen.De INS-streefwaarden zijn zoveel mogelijkrisico-onderbouwd en gelden voor individuele stoffen.In de 4e Nota Waterhuishouding zijndezelfde str

50、eefwaarden bodem/sediment opgenomen als in voorliggende circulaire,die vantoepassing zijn voor het bodemsaneringsbeleid.Streefwaarden bodem/sedimentVoor bodem/sediment zijn de streefwaarden uit INS getoetst op praktische bruikbaarheidbinnen het project Evaluatie Hantering Streefwaarden(HANS),dat is

移动网页_全站_页脚广告1

关于我们      便捷服务       自信AI       AI导航        抽奖活动

©2010-2026 宁波自信网络信息技术有限公司  版权所有

客服电话:0574-28810668  投诉电话:18658249818

gongan.png浙公网安备33021202000488号   

icp.png浙ICP备2021020529号-1  |  浙B2-20240490  

关注我们 :微信公众号    抖音    微博    LOFTER 

客服